leeghwater

Jan Adriaanszoon Leeghwater werd in 1575 in De Rijp geboren. Rond die tijd was het in ons land verre van rustig. De Tachtigjarige Oorlog was nog maar net begonnen.

Een ander groot probleem waren de veenmeren in Noord en Zuid Holland. Eeuwenlang sloegen deze enorme meren grote stukken land weg tijdens stormen. In de loop der jaren kreeg men echter steeds meer ervaring in het bestrijden van deze erfvijand. Eerst met terpen/wierden/vliedbergen en daarna door dijken aan te leggen en molens in te zetten. Noord-Holland kon tussen 1608 en 1643 op deze wijze ongeveer 20.000 hectare land "heroverd" worden op het water!

header 51

Leeghwater heeft in deze strijd tegen het water een belangrijke rol gespeeld. Hij had veel belangstelling voor de ontwikkeling van industriemolens. Toen in 1592 in Uitgeest de eerste houtzaagmolen verrees, reisde hij daar ook heen om het mechaniek te kunnen bestuderen. Een belangrijke uitvinding van hem was de oliewindmolen met bovenkruier. Deze molen heeft een draaibare kap wat het "in de wind zetten" gemakkelijker maakte. In 1605 bouwde hij dit type molen voor zichzelf in De Rijp.

NHOLLBij de bedijking van de Beemster (1612) speelde hij als opzichter bij het maken en stellen van de 26 molens, die het meer moesten droogmalen, een grote rol. Net zoals bij de Purmer (1622), de Heerhugowaard (1625), de Wormer (1626) en later de Schermer (1635). Voor de bedijking van de Starnmeer (1643) maakte Leeghwater berekeningen en kaarten.

Buiten de landsgrenzen werd Leeghwater ook bekend. In 1619 peilde hij moerassen bij Houtschooten in Vlaanderen. In 1628 gaf hij advies bij het droogleggen van een moeras bij Bordeaux. En twee jaar later werd hij om dezelfde reden uitgenodigd in Metz. In 1633 werkte Leeghwater in Sleeswijk-Holstein als landmeter en ingenieur bij de afsluitdijk van het Bottschlotter Tief waar hij onder andere een sluis ontwierp.

Ook op ander gebied was Leeghwater werkzaam. In 1605 reisde hij samen met zijn vriend Pieter Pietersz. naar Den Haag om octrooi aan te vragen op een uitvinding die hem in de volgende jaren een zekere beroemdheid zou geven. In bijzijn van de Stadhouder, Prins Maurits, vertoonde Leeghwater de kunst om lange tijd onder water te blijven. De Prins was zo onder de indruk dat hij beide mannen enige dagen later het octrooi overhandigde. Wat de uitvinding precies was weet niemand met zekerheid. Velen vermoedden dat er een soort duikersklok was gebruikt.
In Amsterdam vervaardigde hij het uur- en speelwerk voor de Zuiderkerk en de Westertoren. Voor het raadhuis van De Rijp, anno 1630, maakte hij het bestek en de tekeningen. Het beneden gedeelte van het raadhuis diende als waag. In de houten balans van de weegschaal staan de letters: "J.A.L.W."

14959

Hij schreef op latere leeftijd zijn "Haarlemmermeer-boek", hierin stond het plan voor de droogmaking van dit grote meer. Hij had berekend 200 poldermolens nodig te hebben voor de klus! Het plan is niet meer in zijn tijd gerealiseerd. In 1649 verscheen "Een klein Cronykje", dat een beschrijving van De Rijp geeft en een weergave zijn van herinneringen, ideeën en avonturen. Later was dit boekje door anderen aangevuld met een verslag van de grote brand in 1654.

In 1650 overleed hij in Amsterdam op 75 jarige leeftijd.

Ten onrechte denkt men vaak dat het Leeghwater was die de Haarlemermeer drooggelegd heeft. Dit is niet het geval. Met de drooglegging van het Haarlemmermeer werd pas in 1840 begonnen. Hierbij speelden Nicolaus Samuelis Cruquius, Frans Godard baron van Lynden van Hemmen de aanjagersrol.

haarlemmermeer aanleg

In 1848 waren de Ringvaart en Ringdijk klaar en kon er begonnen worden met het daadwerkelijk droogmalen van het Haarlemmermeer. Dit karwei was pas geklaard in 1852. Leeghwater was toen al 200 jaar dood. In plaats van molens, werd stoomkracht gebruikt. Drie gemalen, de Lijnden, de Cruquius en de Leeghwater, werden hiervoor gebruik. Gemaal de Halfweg moest er voor zorgen dat het water naar zee afgevoerd werd.